
Mr. Slammer – De band die Den Helder op zijn grondvesten liet schudden
Begin jaren ’90 was Den Helder geen stille marinestad. Het was een stad die leefde. In het weekend kon je over de hoofden lopen. Cafés zaten vol, jongerencentra programmeerden livebands en het publiek kwam uit de hele regio, van Schagen tot Alkmaar en zelfs vanuit Amsterdam, om in Den Helder te stappen. Muziek was geen bijzaak. Muziek was het hart van de stad.
En midden in dat bruisende tijdperk ontstond een band die niet alleen meedeed, maar het tempo bepaalde.
Mr. Slammer.

1991 – Het begin
In 1991 besloten bassist Eggy Boon en zanger Peter de Vries dat het tijd was voor iets met meer lef. Geen veilige covers, maar groove, power en karakter. Samen met gitarist Ron van der Park en drummer Jack de Bruijn vormden zij de eerste bezetting van Mr. Slammer.
In het begin speelden ze covers van artiesten als Frank Zappa, Pat Travers, John Lee Hooker en de Red Hot Chili Peppers. Maar zelfs in die fase klonk al iets eigens door. Funky baslijnen, strakke drums, gitaarriffs met pit en een frontman die het podium naar zich toetrok.
Al snel begon de band eigen nummers te schrijven. Het publiek reageerde enthousiast. Mr. Slammer was geen doorsnee kroegband; er gebeurde iets op het podium.
Nog in hun beginperiode wonnen ze de Citadel-talentenjacht in Den Helder, een wedstrijd waaraan destijds ook Marco Borsato meedeed. De hoofdprijs was een studiosessie, wat resulteerde in hun eerste demo-cassette: “Under Control”. Dat was het moment waarop duidelijk werd dat deze band serieuze plannen had.
1992 – Breken om sterker te worden
Halverwege 1992 veranderde alles. Eggy Boon vertrok en kort daarna stapte ook Jack de Bruijn op. Voor veel bands zou dat het einde betekenen.
Voor Mr. Slammer werd het een nieuw begin.
Peter de Vries en Ron van der Park hielden vast aan de naam en aan hun ambitie. Via bassist Patrick Tatipata en later Hans de Graaf, samen met drummer Ben Stuijvenberg, kreeg de band zijn definitieve bezetting.
Met De Vries, Van der Park, De Graaf en Stuijvenberg ontstond een nieuwe dynamiek. De muziek werd compacter, strakker en eigenzinniger. Waar de eerste periode nog sterk leunde op invloeden, kreeg de band nu echt een eigen smoel. Dit was de Mr. Slammer die zou doorstoten.

1993 – Alles komt in beweging
Met deze bezetting volgde het radiodebuut bij Krijn Torringa op Holland FM. Opnieuw wonnen ze de Citadel-talentenjacht. In de Bananas Studio in Haarlem namen ze de demo “Next” op, met daarop de eerste versie van de ballad “Paradise”.
De cassette werd lokaal volledig uitverkocht.
Later dat jaar verscheen “Stereotypes”, met drie songs voorzien van videoclips onder regie van Marco Brondsema. Ondertussen speelde de band vrijwel ieder weekend op een ander podium. Van kroegen en jongerencentra tot festivals en feesten.
Hun mentaliteit was duidelijk: geen concessies.
Tijdens een coverwedstrijd weigerden ze covers te spelen en brachten ze hun eigen werk. Ze werden gediskwalificeerd, maar kregen meer publiciteit dan de winnaar. Dat typeerde Mr. Slammer: eigenwijs, gedreven en overtuigd van hun eigen kracht.

1994–1996 – Groter dan de regio
In november 1994 verscheen de live-compilatie “Up Yours!”, met opnames van onder andere VPRO’s Streetbeats, Leidsekade Live (foto) en de Twee Meter Sessies van Jan Douwe Kroeske. Daarmee werd Mr. Slammer ook buiten de regio bekend.
Optredens volgden op RTL4 in het jongerenprogramma NowTV en op muziekzender The Box, met een registratie van een optreden in de Amsterdamse Melkweg. Artikelen in toonaangevende magazines als OOR, Fret en Roq bevestigden hun groei.
De naam Mr. Slammer begon landelijk rond te zingen.

De Golden Earring-jaren
In de zomer van 1995 vroeg Golden Earring Mr. Slammer om hun show in Den Helder te openen. Na afloop werd de band benaderd met de vraag of ze vaste support-act wilden worden.
Wat volgde waren twee intensieve jaren waarin Mr. Slammer door het hele land tourde. Grote zalen, lange nachten en het echte rock-’n-rollleven. Bassist Rinus Gerritsen noemde hen zelfs “het beste voorprogramma dat we ooit gehad hebben”.
Ondertussen bleef de band ook eigen shows geven, in binnen- en buitenland. In september 1996 vertegenwoordigden ze Nederland op het tweedaagse L’Open du Rock-festival in Dijon, Frankrijk.
De doorbraak leek geen kwestie van óf, maar van wanneer.
1997 – Het album en het kantelpunt
Begin 1997 besloot de band een volledig studioalbum uit te brengen. In hun oefenruimte in Den Helder werd het album met werktitel “X-Generation – The First Encounter” opgenomen en later afgemixt in de CoCo Sound Studio door Johan Moss.
De eerste persing werd niet uitgebracht omdat men niet tevreden was over de kwaliteit. Er werd opnieuw opgenomen en het verbeterde album, simpelweg “The X-Generation” genoemd, verscheen in mei 1997 via Dureco (Voodoo Entertainment), met distributie via CNR.
Het album bevatte veertien tracks en werd gepresenteerd tijdens een uitverkochte releaseshow in de schouwburg van Den Helder, gevolgd door een tweede show in Twin Pigs in Amsterdam. De fans waren enthousiast.
Maar de landelijke media lieten het afweten. Pogingen tot airplay in Hilversum strandden.
Toen volgde het moment dat alles veranderde: niet de bandleden van Golden Earring zelf, maar hun platenmaatschappij besloot een andere koers te varen. Er werd gekozen voor Anouk als nieuwe support-act.
Zakelijk. Strategisch.
Maar voor Mr. Slammer betekende het het verlies van momentum. CNR trok zich terug en de motor begon te haperen. Niet door ruzie of drama, maar door het besef dat het kantelpunt voorbij was.
In 1998 besloten de bandleden in goede harmonie te stoppen. Na zeven intense jaren viel het doek.


2010 – To Finish What Never Did
Elf jaar later troffen Peter, Ron, Hans en Ben elkaar opnieuw tijdens een jazzweekend in Den Helder. De oude vonk sloeg weer over.
Op 13 maart 2010 gaven ze een reünieconcert in een uitverkochte Studio 62, onder de noemer “To Finish What Never Did”. Voor even voelde het weer als midden jaren ’90.
Wat blijft
Mr. Slammer bereikte nooit de landelijke supersterstatus waar ze zo dicht tegenaan zaten. Maar ze speelden, ze tourden, ze namen op, ze stonden op grote podia en ze stonden letterlijk op het randje van een doorbraak.
Hun live-energie, hun eigenzinnigheid en hun lef maakten hen tot een band die de Noord-Hollandse muziekscene blijvend heeft beïnvloed.
In Den Helder leeft hun naam nog altijd voort.
En misschien is dat wel de mooiste vorm van succes.